Simone Best raakte tijdens haar kankerbehandeling sterk gehecht aan de oncoloog die haar behandelde. Toen de behandeling voorbij was, bleef ze hem missen. Ze vertelt over haar verwarring en schaamte, en over de erkenning die haar hielp hem los te laten. Haar verhaal raakt aan een vraag voor zorgverleners: wat betekent hun nabijheid voor een patiënt?
Een dokter die haar zag
“Ik had het enorm getroffen met mijn gynaecologisch oncoloog. De man in de witte jas die me na weken onzekerheid wist te vertellen: ‘Ik zie een tumor op de baarmoederhals, zo en zo groot en we gaan opereren.’ Op een papieren placemat tekende dokter Veer (niet zijn echte naam) het gebied dat hij met de Da Vinci-robot ging weghalen. Hij had oog voor de patiënt tegenover hem. Voor mij. Toen na de diagnose de emoties om voorrang streden, zei hij: ‘Ik zie van alles gebeuren, maar je houdt het deksel er stevig op.’ Hij kijkt echt, schreef ik in mijn dagboek.
Aftellen tot het volgende contact
De operatie werd er eentje met een anafylactische shock en wakker worden op de intensive care. Vanwege een kleine uitzaaiing volgde een zomer met chemo en bestralingen. Tussendoor kreeg ik nog een fikse buikontsteking met ziekenhuisopname van een dikke week. Meer en meer ging ik me aan dokter Veer hechten. Hij was tenslotte de enige die mij, de nieuwe Simone, compleet kende. Van binnen en van buiten. Ik begon hem ook buiten het ziekenhuis te missen: zijn stemgeluid, zijn manier van handelen, zijn grappen. Ik telde de dagen af tot een controleafspraak of een telefoontje met een uitslag. Na ieder contact had ik rust. Tot het gemis en de bijbehorende somberte weer opdook. Dierbaren begrepen er niet veel van. Ikzelf ook niet. Ik leek wel gek geworden.
Mijn huisarts zei: ‘Je hebt gewoon liefdesverdriet, helemaal niet raar’
Schaamte over het gemis
Na een sinterklaasavond waarop ik me vooral afvroeg wat dokter Veer aan het doen was, was ik het beu. Ik maakte een afspraak bij de verpleegkundig specialist, die ik nauwelijks kende, en vertelde met schaamrood op mijn kaken over het gemis van het UMC en vooral van de oncoloog. ‘Ik snap dat je je thuis klein en kwetsbaar voelt na dit hele verhaal en misschien geeft dokter Veer je Pokon om te groeien, maar zoek dat bij je dierbaren,’ zei ze. Ik begreep wat ze bedoelde, maar het had me achteraf geholpen als er eerder erkenning voor dit verdriet was geweest. Mijn huisarts zei: ‘Je hebt gewoon liefdesverdriet, helemaal niet raar.’ Toen ik tegensputterde dat ik heus niet verliefd was, legde ze uit dat dat ook niet hoefde: er was een bijzondere klik ontstaan die ik weer moest loslaten. Dat had ik eerder willen horen: het is niet raar. Het mag er zijn. Je bent niet de enige. En: schrijf nog maar een keer die afscheidsbrief, desnoods lees je hem voor aan de dokter.
Nabijheid en professionele afstand
Maximale toenadering met behoud van distantie, leert iedere zorgprofessional. Ging dokter Veer een grens over? Hij zocht me op tijdens de chemo, nam de afscheidsbrief, die ik hem na de behandeling schreef, vol lof in ontvangst en pakte soms wat extra minuten tijdens het spreekuur. Sommige dierbaren vonden dat hij te dichtbij kwam; anderen zagen vooral een dokter met oog voor zijn patiënt. Ik geloof dat hij het uit goede bedoelingen deed. Voor hem ligt er ook een belangrijke waarde in zijn werk: het contact met de patiënt. Maar daardoor nam ik hem steeds mee naar huis en sloeg mijn fantasie op hol. Soms zag ik hem lopen op Vlieland of rijden in Hilversum. ‘Ik had met je te doen,’ zei dokter Veer later tijdens een gesprek hierover. ‘Misschien liep ik daardoor een stukje harder voor je. Dokters zijn ook maar mensen.’ Toen hij dat erkende, kon ik hem eindelijk loslaten. Ik was dus niet gek. Het klopte dat hij me wat meer aandacht had gegeven. Iemand die je behandelt voor een levensbedreigende ziekte, jou als mens compleet ziet staan, lovend is en goede grappen maakt, is onmogelijk om neutraal aan te vliegen. Het is goed om te beseffen dat dit op de loer ligt.”
Simone Best schreef het boek ‘Domweg gehecht aan de dokter’.
Dit artikel verscheen eerder in Oncologica jaargang 43, nummer 3, 2026.